Greek English Italian German Swedish Russian
Lefkada
Links Sitemap

Web Cam Lefkada - Central Square

Kaarten van Lefkada
Festival van woord en kunst Internationaal Folklorefestival
Evenementen
Museums & Galleries in Lefkada
The Web Site is hosted to SYZEFXIS

Geschiedenis

LEFKADA DOOR DE EEUWEN HEEN

Van Dimitris Tsere, filoloog


Lefkada is het 4e grootste van de eilanden in de Ionische Zee. Het ligt tegenover noordwestelijk Akarnania waarvan het gescheiden is door een ondiepe lagune en een smal kanaal. Het eiland heeft een oppervlakte van 302,5 vierkante kilometer en de huidige bevolking telt ongeveer 23.000 inwoners.

DE OUDHEID

Het fort van Agia Mavra

 “Lefkas petra” (Witte steen) of “Lefkas akra” (Witte kaap) was de oorspronkelijke naam voor het meest zuidelijke punt van het eiland, het huidige Lefkata. Later werd de stad Nirikos, die de Korinthiërs gesticht hadden op het einde van de 7e eeuw v.Chr., omgedoopt tot Lefkas en tot slot werd het de naam van heel het eiland. In zijn Geografika schrijft Strabo: “Ze gaven het de naam Lefkada, mijns inziens genoemd naar Lefkata”.

Uit het woord Lefkas werd de naam Lefkatis en in het Dorisch Lefkatas gevormd, wat “de heer van de steen van Lefkada” betekende, een naam die aan de heer van de kaap, Apollo, gegeven werd. Een oude legende, die in het Europa van de nieuwere tijden op grote schaal verspreid werd, wil dat Sappho vanaf deze kaap in zee sprong omwille van haar hopeloze liefde voor Phaon.

De menselijke sporen op Lefkada gaan terug tot het Paleolithicum. De eminente Duitse archeoloog W. Dörpfeld, medewerker van Heinrich Schliemann bij de opgravingen in Troje, voerde uitgebreid archeologisch onderzoek in Nydri, bracht belangrijke vondsten uit de Bronstijd (rond 2.000 v.Chr.) aan het licht en vestigde de theorie dat Lefkada te identificeren is met het Homerische Ithaka.

De Kaap Lefkata

De eerste stad van het eiland was het prehistorische Nirikos, waarvan de resten gevonden werden in Kalligoni, op de top van de heuvel “Koulmos”. De stad was omringd door een grote muur, waarvan een klein deel tot op vandaag bewaard blijft.
De geschiedenis van Lefkada, van de 7e eeuw v.Chr., toen het een kolonie werd van de Korinthiërs, tot aan de verovering door de Romeinen, is politiek verweven met die van de stad Korinthe, die het volgde bij alle belangrijke gebeurtenissen van die tijd: de zeeslag bij Salamis, de slag bij Plataia, de Peloponnesische Oorlog als bondgenoot van Sparta, de expeditie van Alexander de Grote.
Van het laatste kwart van de 7e eeuw v.Chr. dateert de stichting van de stad “Lefkas”, de hoofdstad van het eiland, die van de “Koulmos” reikte tot aan zee en die tot in de 5e of 6e eeuw n.Chr. bewaard bleef. In de Hellenistische Tijd treedt Lefkada toe tot de “Bond van de Akarnaniërs”, waarvan het de hoofdstad wordt (272-167 v.Chr.). Hoewel de Romeinen in 197 v.Chr. Lefkada veroverden, kenden ze het eiland een relatieve autonomie toe en, wat belangrijker is, zwichtten ze niet onder de druk van hun bondgenoten, de Aitoliërs, om het eiland aan hen over te dragen. Lefkada was een strategische plek in de Ionische Zee en de Romeinen waren helemaal niet van zins om het aan hun hebzuchtige bondgenoten te schenken. Zo bleef Lefkada de “Bond van Akarnaniërs” leiden.

Na de nederlaag van de Makedonische koning Perseus in 168 v.Chr., braken de Romeinen –consequent in hun strategische politiek om Griekenland op politiek vlak aan te tasten en te verzwakken- Lafkada af van de Akarnanische federatie en maakten ze er een kleine staat van die zijn rudimentaire politieke onafhankelijkheid behoudt, onder een Romeinsgezind bewind tot 146 v.Chr. wanneer met de nederlaag van de strijdkrachten van de Achaïsche statenbond in de landengte van Korinthe Rome absoluut heerser wordt over Griekenland en haar politieke zaken regelt naar haar ongebreidelde wil. Er zijn weinig getuigenissen over deze tijd, maar het lijkt erop dat Lefkada in een periode van verval terechtkomt, hetgeen nog verergerd werd door de beslissing van Octavianus om de pasgestichte stad Nikopoli te bevolken met inwoners van de aangrenzende gebieden.
In de Romeinde Tijd wordt de oude wal van de stad heropgebouwd en het wordt waarschijnlijk geacht dat er toen een stenen brug met een lengte van 700 meter werd gebouwd die de stad Lefkada met Akarnania verbond op de plaats “Rouga”, waarvan de ruïnes rond het jaar 1900 gevonden zijn tijdens opgravingen in het nieuwe kanaal.

DE BYZANTIJNSE TIJD

 

In de Byzantijnse Tijd maakt Lefkada deel uit van het Byzantijnse Rijk. Na de opsplitsing van het Rijk (395 n.Chr.) ressorteerde het eiland onder het Oostromeinse Rijk en bleef het administratief rechtstreeks verbonden met Epirus. Vanaf de jaren van Herakleios, toen de institutie van de thema’s ingesteld werd, werd Lefkada waarschijnlijk bij het thema van Kefallinia gevoegd.

Tijdens de laatbyzantijnse periode (1204-1294 n.Chr,) maakte Lefkada deel uit van het Despotaat van Epirus. Haar middeleeuwse hoofdstad, een armzalig stadje, werd ook op de heuvel “Koulmos” gebouwd, bovenop de ruïnes van de antieke stad, die tijdens de 6e eeuw n.Chr., na een bestaan van duizend jaar, waarschijnlijk door een aardbeving werd verwoest. De nieuwe hoofdstad bleef bestaan tot de 12e eeuw. Het bronnenonderzoek wijst uit dat de stad in die tijd verlaten wordt. Het is niet toevallig dat in het omslachtige edict van 1355, waarmee Valteros Vryennios aan Graziano Giorgi het landheerschap Agia Mavra schenkt, er geen enkele melding gemaakt wordt van een ander fort dan dat van Agia Mavra, m.a.w. het huidige.

ONDER HET GESTERNTE VAN WESTERSE HEERSERS: ORSINI, ANDEGAVI, DI TOCCO

Het wapen
van de Graven
di Tocco

Vanaf de 11e eeuw komen de Eptanisa onder de heerschappij van de Westerse invallers, die naar het Oosten toe expandeerden. Nadat Lefkada voor een lange periode (1204-1294) deel uitmaakte van het Despotaat van Epirus, werd het als bruidschat afgestaan aan Giovani Orsini, zoon van de Graaf van Kefalinia, die de eerste kern van het fort van Agia Mavra bouwde, dat tot op vandaag voor de ingang van het eiland staat. In 1331 verovert de afgezette hertog van Athene, Valteros Vryennios, het eiland Lefkada en onderwerpt hij het aan de Andegavi van Napels. In 1355 staat Vryennios het landheerschap Lefkada af aan zijn vertrouweling en “sponsor” Graziano Giorgi van Venetië, ten tijde van wie in 1357 een opstand van de dorpelingen van het eiland plaatsvindt, de “revolutie van Voukentra”, waardoor in de 19e eeuw de dichter uit Lefkada, Aristotelis Valaoritis, geïnspireerd werd tot het schrijven van zijn werk “Fotinos”. In de periode 1362-1479 maakt Lefkada deel uit van het grondgebied van de Graven di Tocco. Tijdens die eeuw, de 14e eeuw, wordt de hoofdstad, nu met de benaming Agia Mavra, verplaatst naar het fort en de 2 wijken ten oosten (de “Andere Kant”) en ten westen (het “Land”) van het fort.

DE TURKSE OVERHEERSING

In 1479 wordt het eiland veroverd door de Ottomanen. Voor een periode van twee jaar (1502-1503) komt het onder Venetiaanse heerschappij, om nadien weer in handen van de Ottomanen te vallen voor een lange periode die eindigt in 1684- in totaal 203 jaar. In deze periode werd het aquaduct gebouwd met zijn 360 bogen, dat het water via de lagune naar het Fort (de hoofdstad Agia Mavra en haar twee buitenwijken) bracht, en waarvan de overblijfselen te zien zijn aan onze linkerhand, als we op de weg wandelen in de richting van de beweegbare brug die Lefkada met Akarnania verbindt. Het aquaduct vertrok aan “Megali Vrysi” (tot in 1930 volgde de waterleiding van Megali Vrysi tot de stad ongeveer dezelfde weg), liep langs de hoofdstraat van de wijk Amaxiki (die samenvalt met de hoofdstraat van de hedendaagse stad, het “Pazari”) en voedde vijf fonteinen, waarvan er vandaag de dag één overleeft, de bekende “Kato Vrysi” op het westelijke voetpad van de hoofdstraat van de hedendaagse stad, ten noorden van het centrale plein, op een afstand van ongeveer 50 meter van het einde van de weg naar de boulevard langs de zee.

DE VENETIAANSE OVERHEERSING

In 1684 werd Lefkada ingenomen door de Venetianen en in 1699 maakten ze de bezetting officieel met het verdrag van Karlovitch. De hoofdstad Agia Mavra, werd door de Venetianen overgebracht naar de huidige plaats, die toen Amaxiki heette. Vanaf dat moment is het lot van Lefkada hetzelfde als dat van de andere Ionische eilanden. Onder Venetiaanse vlag verwierven de Ionische eilanden voor het eerst politieke eenheid, hoewel de Venetiaanse heerschappij niet hetzelfde was op alle eilanden. De flexibele Venetiaanse politiek stippelde in de Eptanisa een politiek, sociaal en economisch kader uit dat aangepast was aan de plaatselijke instituties die ze op elk eiland aantrof: ze erkende oudere voorrechten, nam instituties over en liet lokale autonomie en het ontstaan van een lokale aristocratie toe. Daarom vertonen de Eptanisa, behalve de gelijkenissen die voortkomen uit de gemeenschappelijke politieke ontwikkeling, ook verschillen. Zo vertegenwoordigen Corfu en Kefalonia twee verschillende staatsbestuurlijke systemen. Op Corfu steunt de staatsvorm op het bestaan van een lokale aristocratie, terwijl op Kefalonia de invloed van het volk groter is. Lefkada wordt bestuurd in overeenstemming met haar eigen Statutaire Kaart, “de privileges van de Gemeenschap van Agia Mavra” die haar door Morosini toegekend werden in 1684.

De heersende klasse wordt gevormd door de “nobili”, m.a.w. de nobelen of edelen, de grootgrondbezitters die een zeer kleine minderheid van de bevolking uitmaken. Enkel de leden van deze klasse (cittadini) hebben politieke rechten. Aanvankelijk behoren slechts 70 families tot de cittadini maar geleidelijk aan verwerven meer mensen deze titel. De tweede klasse is die van de bourgeoisie: de handelaars, die zowel een huis in de stad hebben, als een aanzienlijk vermogen in de vlakte van de stad, de dokters, de advocaten, de notarissen, de apothekers –zij worden allemaal “signori” en officieel “notabili” genoemd. Ze hebben geen politieke rechten maar beschikken over sociaal prestige. Daarna volgen de lagere lagen van de tweede klasse: de kleinere grondbezitters in de vlakte van de stad, die in de stad woonden en de ambachtslui (timmermannen, bouwvakkers, leerlooiers, slagers, kleermakers, sandaalmakers, zeepmakers enz.). En op de laagste trede van de burgerlijke sociale ladder staan de kleine vissers, de transporteurs en diegenen zonder vast werk: de “buranelli”. Een aantal grootgrondbezitters bevindt zich op het platteland, maar sommigen verblijven ook in de stad. Het zijn de “meesters” van de streek, ze hebben beschermheren onder de edelen van de stad en pachters op hun landerijen. De talrijkste bevolkingslaag is die van de vrije keuterboeren en de veehouders van het platteland. Ze leiden een bijzonder zwaar en behoeftig bestaan en worden erg uitgebuit door de edelen en de Venetianen. Een veel kleiner deel bestaat uit de pachters, die de landerijen van de grondbezitters bewerken. In totaal wordt het platteland bewoond door 80% van de bevolking.

Sommigen loven de doeltreffendheid en de diplomatieke wijze waarop de Venetianen bestuurden: ze moderniseerden het publieke leven door rechtbanken op te richten en de basis te leggen voor de organisatie van de administratieve diensten. Maar het is en blijft een oligarchisch systeem dat economische en politieke heerschappij door een minderheid oplegde, ten koste van de meerderheid en het voedde op die manier de sociale onrechtvaardigheden en conflicten uit die tijd.

OVERGANGSPERIODE: REPUBLIKEINSE FRANSEN – RUSSEN EN TURKEN – KEIZERLIJKE FRANSEN

In 1797 ontbindt Napoleon Bonaparte de Venetiaanse Republiek. In navolging van de Moederstad komen de Eptanisa in volledige eigendom van de Fransen met het Verdrag van Campo-Formio. Het initiële enthousiasme en de hoop die het land van de vurige verkondigingen over de vrijheid inboezemde, maakt al gauw plaats voor ongenoegen omwille van de strenge economische maatregelen van de nieuwe heersers – een ongenoegen dat ook aangewakkerd wordt door diegenen die Frankrijk en al hetgeen zij symboliseert vijandig gezind zijn.

De aanwezigheid van de Franse Republikeinen blijkt van korte duur te zijn. In oktober 1798 begint de tegen Frankrijk geallieerde Russisch-Turkse vloot de Eptanisa te veroveren. In april 1799 beslissen de admiraals om de Autonome Staat der Eptanisa te stichten, met Corfu als hoofdplaats.

Met het Verdrag van Constantinopel van 21 Maart 1800 tussen Rusland en het Ottomaanse Rijk wordt officieel erkend dat de Eptanisa een gemeenschappelijke autonome staat vormen onder de bescherming en de hegemonie van de Ottomaanse regering. De officiële benaming ervan is “Republiek van de Zeven Ionische Eilanden” (Repubblica delle Sette Isole Ionie) en ze zouden worden bestuurd door de “uitverkorenen” en de “nobelen” (= Principali e notabili) van de streek. Het is de eerste Griekse staat na de verovering van Griekenland door de Romeinen in 146 n.Chr.- zij het niet onafhankelijk maar, naar vorm en inhoud, halfautonoom en schatplichtig aan de sultan.

Een nieuwe verandering in de internationale positie en de interne staatsvorm van de Eptanisa vindt plaats in 1807: met het Verdrag van Tilsit worden de Eptanisa overgedragen aan het voortaan Keizerlijke Frankrijk van Napoleon en voor zeer korte tijd worden ze een Frans district. Van 1809 tot 1914 maakt de Engelse vloot zich een voor een meester van de eilanden, met als laatste Corfu. Lefkada wordt in april 1810 ingelijfd.

ENGELS PROTECTORAAT

In november 1815 wordt met de Verdrag van Parijs, tussen Rusland en Engeland, beslist dat de Ionische eilanden een naar vorm vrije en onafhankelijke staat zullen vormen met de benaming “Verenigde Staat van Ionische Eilanden” onder de onmiddellijke en exclusieve bescherming van Groot-Brittannië – in werkelijkheid een Brits protectoraat. De grondwet van de nieuwe staat werd opgelegd door de autoritaire gouverneur Lord Maitland aan de door hem bijeengeroepen Redactionele Vergadering, een onvrije grondwet die gepaard ging met een autoritair bestuur dat reacties en opstanden uitlokte. Een van die opstanden was die van de dorpelingen van Lefkada in 1819, die op bijzonder wrede wijze neergeslagen werd.

Het protectoraat duurde voort tot 1864. Het is het vermelden waard dat in deze periode voor het eerst op Griekse bodem een serieus systeem van openbaar onderwijs met drie graden georganiseerd wordt (in Lefkada wordt in 1829 de “Secundaire School van Lefkada” opgericht, de gerenommeerde middelbare school met als eerste directeur Athanasios Psalidas). Het protectoraat, dat over het algemeen autoritair en onderdrukkend was, werd enkele keren verplicht om een democratisch gezicht te tonen zoals b.v. met de hervormingen van gouverneur Seaton op het einde van het decennium 1840-50. Uiteindelijk gaat het door de knieën en geeft het toe aan de wil van het volk van de Eptanisa tot eenmaking met Griekenland. Als pasmunt slaagt het protectoraat erin om bepaalde facetten van de buitenlandse politiek van Griekenland en van het binnenlandse regime aan haar eigen aspiraties aan te passen.

Met het Verdrag van 13 juli 1863 (tussen Engeland, Frankrijk, Oostenrijk en Denemarken) wordt bepaald dat G. Glucksburg koning van Griekenland wordt en dat de Eptanisa aan Griekenland afgestaan worden. Op 1 augustus wordt het protocol van de afstand ondertekend op voorwaarde dat het 13e Ionische Parlement akkoord gaat, dat speciaal hiervoor verkozen wordt.

Tijdens de feestelijke bijeenkomst van het 13e Parlement (5 oktober 1863) wordt de enthousiaste stemming over de Eenmaking voorgelezen, die de volksvertegenwoordiger uit Lefkada, Aristotelis Valaoritis, had opgesteld. Met de verdragen van 14/11/1863 en 17/5/1864 wordt de afstand van de Eptanisa aan Griekenland officieel. Op 21 mei 1864 draagt gouverneur Henry Storcks aan buitengewoon gezant van de Griekse regering Thr. Zaïmi de Eptanisa over. Die dag had zich op ons eiland vroeg in de ochtend een grote menigte verzameld rond het fort van Agia Mavra. Om 6 uur in de ochtend scheepte de Engelse garde in op het fregat “Magissa” en om 8 uur kwamen de bisschop Grigorios en de prefect Markos Tsarlampas aan. Na een aantal toespraken werd de Engelse vlag gestreken, de sleutels van het fort aan een Grieks detachement overhandigd, de Engelsen vertrokken en de prefect hees de Griekse vlag. 21 kanonschoten van de “Magissa” betoonden eer aan de Griekse vlag. De zon boven de Lamia groette op de eerste vrije dag van Lefkada alle bewoners van de Eptanisa.

Tijdens de periode van het protectoraat wordt de sociale opdeling in duidelijk van elkaar gescheiden klassen voortgezet, met als nieuw, interessant element de versterking van de bourgeoisie. Panos Rontogiannis heeft een zeer algemeen sociologisch dichotomisch schema opgesteld: aan de ene kant de “heren”, m.a.w. de grootgrondbezitters en hun bondgenoten van de hogere burgerij en aan de andere kant het “popolo”, dat alle andere sociale lagen omvat en waarvan de verlichte burgers en vooral de intellectuelen de politieke en culturele leiding hebben. In grote lijnen wordt de sociale stratificatie van de Venetiaanse overheersing verdergezet. Het nieuwe is dat naar het einde van de periode van het Engelse protectoraat de macht van de heren-grondbezitters verschuift naar de nieuw opkomende, dynamische burgers die zich bezighouden met commerciële activiteiten. Het machtigste deel ervan zijn de zogenaamde “handeldrijvende landeigenaars”, die ongeveer vanaf 1850 aan hun grote bloeiperiode beginnen. Eveneens interessant is de uitbreiding van de laag van de verscheidene “vaklui van de markt”, die een zeer breed spectrum aan beroepsactiviteiten bestrijken en waarschijnlijk de meerderheid uitmaken van de stedelijke bevolking, het volkse element ervan, het popolo. En tot slot stijgt voortdurend het aantal “ambtenaren”, een sociale groep die zeer moeilijk af te bakenen is. Er blijven landeigenaars bestaan op het platteland en de landbouwers blijven het overgrote deel van de plattelandsbevolking uitmaken, ongeveer 80%.

NA DE EENMAKING

Met het koninklijk besluit van 11/12/1864 vormde Lefkada samen met Ithaka de provincie Lefkada, met twee districten, Lefkada en Ithaka. Met de wet 143 van 1866 werd de provincie Lefkada afgeschaft en werd het eiland een district van de provincie Corfu tot 1899. Met de wet 2604 van 6/6/1899 werd Lefkada opnieuw een provincie samen met de eilanden Meganisi, Ithaka, Kalamos, Kastos. In 1909 werd deze provincie weer afgeschaft en vormde Lefkada met Meganisi het district Lefkada van de provincie Corfu. In 1945 vormden Lefkada en Meganisi het district Lefkada van de provincie Preveza. In 1946 wordt de provincie Lefkada heropgericht en bestaat het uit Lefkada, Ithaka en de andere, kleinere eilanden Meganisi, Kalamos, Kastos. De provincie bestaat tot op de dag van vandaag met het verschil dat Ithaka met de wet 1976/12-1-1953 bij de provincie Kefalinia kwam.

Tussen haakjes: tijdens de Bezetting kwamen Lefkada en alle Ionische eilanden onder het gezag van de Italianen van 1/5/1941 tot 11/9/1943. Op die datum, na de capitulatie van Italië, kwam het eiland in het bezit van Duitsland. De Duitse bezetting eindigde op 12/9/1944. Het verzet van de inwoners van Lefkada tegen de bezetter was moedig en goed georganiseerd, met een grote deelname van het gewone volk. Daarna volgde de woelige periode van de burgeroorlog, die bijzonder wreed was op ons eiland. Voor de wonden geheeld waren en de mensen weer op adem konden komen, waren vele jaren en grote inspanningen nodig.

De historicus van Lefkada Panos Rontogiannis geeft ons, zoals ook voor de vorige periode, een algemeen dichotomisch sociologisch schema: aan de ene kant de “sterken” en aan de andere kant het “volk”, dat alle andere sociale lagen omvat en waarvan de verlichte burgers de politieke en culturele leiding hebben, behalve de politieke veranderingen na de eenmaking, zoals de toekenning van het stemrecht aan alle mannen. Laten we proberen om dit algemeen schema wat gedetailleerder te maken:

De heren-landeigenaars blijven bestaan maar hun macht neemt geleidelijk af en ze worden verplicht om huwelijken aan te gaan met de machtigen met geld, m.a.w. de burgers-handelaars-grondeigenaars.

De burgers -inwoners van de stad- worden machtiger en na verloop van tijd ook talrijker. Deze sociale laag is bijzonder heterogeen: het omvat groothandelaars, handelaars, veel kleine handelaars, universitair gespecialiseerden (dokters, advocaten, apothekers, notarissen), beambten (waartoe ook de leerkrachten behoren), de talrijke bevolkingslaag van de “lagere” vrije beroepen (kruiers, visverkopers, koffieverkopers, kappers, slagers, smeden, schrijnwerkers, kruideniers, kleermakers, bakkers, enz.) en onderaan de piramide nog steeds het verpauperde popolo, de buranelli. De groothandelaars of handelaars-landeigenaars, de opkomende sociale elite, houdt zich bezig met allerlei economische activiteiten (in de scheepvaart, op de beurs, enz.), ze verwerven een grote economische macht, investeren in elk soort van onroerende goederen (vanwaar de term handelaars-landeigenaars), ze gaan huwelijken aan met de verzwakte “heren”, werken zich sociaal en politiek op en worden de machtigste sociale groep. Volgens Dimos Malakasi, komt hun ondergang na het eind van de Eerste Wereldoorlog. De volgende sociale elite is de “zuivere bourgeoisie van Lefkada: de handelaars, de makelaars, de wederverkopers, de kleine en grote industriëlen”, die de ontwikkeling van het eiland een impuls gaven. Het oorlogsgeweld van de Tweede Wereldoorlog zorgde enerzijds voor de ondergang van ook deze elite en anderzijds voor de trek naar de stad van de dorpsbewoners, die met de remises van hun familie in het buitenland de eigendommen van de vorige elite opkopen, de nieuwe handeldrijvende bourgeoisie van de stad worden en de samenstelling hiervan op indrukwekkende wijze veranderen.

De landbouwers blijven de grote massa van de bevolking uitmaken, die tot de eerste jaren na de oorlog zwaar uitgebuit worden door de tijdelijk heersende elites. Vanaf 1870 was wijn het belangrijkste agrarische product. De prijs ervan was zeer hoog, want er was in die periode grote internationale vraag naar wegens de volledige vernieling van de Franse wijngaarden door druifluizen. Zo verspreidde de wijnteelt zich over het hele eiland. Vanaf 1892 brak er echter een acute wijncrisis uit, omwille van de verminderde vraag en van de vernieling van de wijngaarden van Lefkada in 1900 door meeldauw. Daarna werd olijfolie het kostbaarste agrarische product. Een gevolg van de crisis was de grote emigratie vanuit Lefkada naar de VS en Canada. De strijd van de wijntelers en de coöperatieve steun (de TAOL [= Steunfonds voor Wijnproducten uit Lefkada] wordt opgericht) gaven een zekere adempauze aan de wijnteelt. In 1935 breekt de wijncrisis echter weer volop uit. In dit beladen klimaat vindt de bekendste demonstratie van de recentere lokale geschiedenis plaats: de demonstratie van de wijntelers op 1/9 en 1/10/1935, die eindigde in de interventie van de politie en het leger met de dood van 3 betogers tot gevolg.

Na de oorlog neemt de agrarische klasse in aantal af en van gemiddeld 80% van de totale bevolking in de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw, ligt het percentage tegenwoordig lager dan 60%. Tegelijkertijd neemt de economische welvaart met rasse schreden toe in een tijd waar het toerisme de “zware industrie” van het eiland uitmaakt en de zuiver agrarische activiteiten drastisch inkrimpen. Op het eerste zicht b.v. lijkt het erop dat de economische toestand van de (voornamelijk maar niet alleen) bij de zee gelegen delen van het platteland sinds de laatste jaren van de vorige eeuw opmerkelijk gestegen is. 

 

Stater uit Lefkada
400-330 v.Chr.
Zicht op Lefkada vanaf het fort,
Edward Lear, Londen 1863